De Handwijzer Hengelo Gld

           Massages      Workshops      Meditaties      Paarden      B en B      Paard en bed      Privacy             

Columns en boek.

Een ieder die met paarden omgaat weet dat er altijd iets valt te beleven met deze viervoeters.

Nadat ik een aantal jaren geleden een schrijfwedstrijd won ben ik begonnen met onze belevenissen door de jaren heen op te gaan schrijven.

Niet alle columns gaan over paarden want er zijn natuurlijk genoeg dagelijkse bezigheden om voor in de pen te klimmen.

Ook het schrijven van een boek ontbreekt niet aan de verzameling.

  • Gewaagd plan

    Verschijningsdatum: 28 september 2013
    Aantal pagina's: 195
    Paperback 148x220 mm                                                                                                    Artikelcode: ISBN 9789491777011                                                                                                                                                                                                                                      Samenvatting
Je verliest allebei je ouders en komt in een pleeggezin te wonen. Ineens moet je alles met zeven onbekende kinderen delen.
Het overkomt de 12-jarige Sabrina Bosman.
Wanneer Sabrina net haar draai heeft gevonden in het gezin en op de middelbare school, ontdekt ze dat pleegvader Bert Overkamp de jongste leden van het gezin gebruikt voor kinderporno sites.
In het privé appartement van Bert en Gitta, dat zich op de bovenste etage van het huis achter een afgesloten deur bevindt, gaat Sabrina naar bewijzen zoeken.
Zal iemand haar geloven?

Connie Bulsink schrijft humoristische columns over belevenissen met haar gezin en huisdieren.
In 2010 won zij met één van haar columns de publieksprijs van Aan het woord! dé literaire schrijfwedstrijd voor beginnende schrijvers uit Gelderland.  
Gewaagd plan is haar eerste jong volwassenen boek.
Het boek is o.a te bestellen bij Uitgeverij Eigenzinnig en Bol.com

INKIJK: Hoofdstuk 4 

De dag is snel om. Alles is nieuw. Wanneer Sabrina onder het schone dekbed schuift, legt Daphne haar boek op de plank die aan de muur zit en kijkt over de rand van het bed heen. Steunend op een elleboog zegt ze: ‘Waarom ben jij zo dik? Loop je daarom zo raar?’ Ook Stefanie legt haar boek opzij en kijkt vol verwachting naar Sabrina. Sabrina heeft helemaal geen zin om een uitleg te geven. Aan de andere kant is het een eerlijke vraag en als ze geaccepteerd wil worden kan ze maar beter antwoord geven. ‘Mijn heup werkt niet goed. Daar ben ik mee geboren. Ik kan alleen maar zo lopen.’ ‘Goh!’ zegt Daphne alleen. Stefanie voegt eraan toe: ‘En verder eet je gewoon te veel? Je bent echt dik,’ ze proest het uit, ‘net een gestrande walvis.’ Daphne moet nu ook giechelen. Sabrina zegt niets terug. Waarschijnlijk is dit het begin van een nieuwe pestclub, fijn. ‘Heb je altijd honger? Of werkt je maag ook niet goed?’ Stefanie gaat nog even door. ‘Mijn maag werkt prima,’ zegt Sabrina knorrig. Waar bemoeit dat kind zich mee? ‘Da’s te zien,’ ginnegapt Stefanie. Voor ze verder kan gaan zwaait de deur open en steekt Gitta haar hoofd om de hoek. ‘Ik snap dat jullie een hoop te vragen hebben aan Sabrina maar niet nu, dat weten jullie best. Overdag is er gelegenheid genoeg voor, laat ik jullie niet meer horen.’ Iets vriendelijker voegt ze eraan toe: ‘Wees maar blij dat Bert er niet is, dan hadden jullie al straf. Ik zal het voor één keer door de vingers zien, maar ik wil nu niets meer horen. Sabrina mag nog even lezen.’ Gitta kijkt onder het praten in het ledikant waar Pam slaapt. Tevreden kijkend richt ze zich tot Sabrina: ‘Lig je goed meisje?’ Sabrina knikt. ‘Nou, slaap lekker dan, tot morgen.’ Gitta is best aardig, misschien dat het allemaal wel meevalt en dat ze een gezellige tijd tegemoet gaat. Ze hoopt het met heel haar hart.
 ‘Ahhhhh……whèèèh!’ Sabrina’s hart slaat over, ze hapt naar adem, schiet tegelijkertijd overeind en verslikt zich onmiddellijk. Een hoestbui is het gevolg waarbij er tranen in haar ogen springen. Waar is ze? Wat is er aan de hand? In het donker duurt het even voor ze zich kan oriënteren. Ondertussen gaat het geschreeuw door. Het klinkt alsof er een ambulance met de sirene aan door een tunnel rijdt. Ruurlo, ze is in Ruurlo. Langzaam dringt het tot haar door. Haar hersens werken traag door de slaap en het onophoudelijke gekrijs. Kennelijk is er iets met Pam. Sabrina knipt het lichtje naast het bed aan. Er reageert niemand. Het lijkt of Daphne en Stefanie doof zijn. Ze liggen rustig verder te slapen, alsof er niets aan de hand is. Hoe is het in godsnaam mogelijk om door deze herrie heen te slapen. Sabrina stapt uit bed. Pam is nu opgestaan en staat met haar knuistjes om de spijlen heen gekneld hoopvol naar Sabrina te kijken, het gekrijs voortzettend. Dikke tranen rollen over haar wangetjes en zodra Sabrina dichterbij is steekt ze beide handjes de lucht in en brabbelt iets tussen het gillen door. Sabrina weet eigenlijk niet goed wat ze moet doen. Zou ze Gitta niet moeten roepen? Maar ze mag de trap niet op naar hun verblijf. Ze kan moeilijk onder aan hun trap gaan staan gillen. Pam staat ondertussen met beide voetjes op haar matras te trappelen,

 Column nieuwe kijk op mannen:


De snor.


Ik houd absoluut niet van mannen met baarden, snorren, sikjes of ander struikgewas aan hun gezicht. Van mij mag het er allemaal af en gaat er niets boven een pas geschoren fris gezicht.


Als kind bekeek ik overmatig behaarde mannen met enig argwaan omdat ik dacht dat ze iets probeerden te verbergen.

Om het gezichtshaar te laten groeien is momenteel weer hot. Toen mijn man enige tijd geleden meedeed aan deze hype kreeg hij van de rest van het gezin zoveel commentaar dat hij sinds die tijd geen dag het scheren heeft overgeslagen.

Nee, ik vind het absoluut niet sexy.

Er zijn mannen die het apen-gen bezitten en er weinig aan kunnen doen dat, als ze zich niet minstens drie maal daags scheren, eruitzien als een varken dat net een modderbad heeft genomen. Maar expres haar in je gezicht laten groeien is voor mij ‘not done’.

Toch moet ik toegeven dat ik sinds het najaar mijn afzicht tegen dit fenomeen enigszins moet gaan bijstellen.

Een van onze ruinen heeft namelijk een enorme snor op zijn bovenlip ontwikkeld en omdat paarden zich nu

eenmaal niet scheren heeft dat ding een behoorlijke lengte gekregen waardoor het haar sierlijk rond zijn bovenlip krult.

Ik vind het een prachtig gezicht.

Ik dacht dat paardensnorren alleen voorkwamen bij de wat soberder en vaak zwaar behaarde rassen maar onze ruin is van hoog in het bloedstaande makelij. Zo heeft hij in de winter amper een dikke vacht ondanks dat hij in een buitenstal woont en het er bij koud weer gewoon vriest. Zijn benen hoef ik zelden op te scheren, geen vetlok te zien.

Misschien ligt het aan het feit dat hij officieel Baron Nijk heet en hij zijn naam eer aan wil doen, hoewel ik niet geloof dat paarden zich ook maar iets van hun afkomst aantrekken.

Nijk ziet er sowieso uit als een echte gedistingeerde ouderwetse baron, omdat de snor samen gaat met een bolle buik, die hij maar niet kwijt kan raken omdat hij van Bourgondisch tafelen houdt.

De snor is een half wit, half zwart ruig geval en wanneer er geen etensresten inzitten en het ding niet stijf staat van de modder, geeft hem dat een nadenkende en wijze uitdrukking. Voor zover je dit menselijke trekje aan een paard kunt geven dan.

Wanneer je eroverheen wrijft of hij er mee in je gezicht of hand kietelt, voelt het alsof er aan zijn perzikzachte

bovenlip een borsteltje zit.

Een snor bij een paard is trouwens meer dan alleen haar; het geeft een stuk informatie over het karakter. Zo is de snor kenmerk voor een vriendelijk en zorgzaam paard, iets dat onze ruin beslist is.

Net als bij de mens heeft elk paard een uniek karakter. Bij het paard is de persoonlijkheid af te lezen aan de vorm van het profiel, de grootte van de kaken, de kruinen in zijn haar en alle bulten en uitstulpingen die hij op zijn hoofd bezit. De vorm en stand van de ogen, oren, neus, kin en lippen hebben allen een eigen betekenis en beschrijven samen een groot deel van het karakter.

Of struikgewas in het gezicht en vorm van het hoofd bij mensen ook informatie over de persoon die erachter of eronder zit verschaft weet ik niet maar het geeft wel een verassende nieuwe kijk op mannen.

Evalueren met paarden kenmerken zorgt misschien voor een goede inschatting bij het vellen van een oordeel over mannen en dan kunnen wij dames beter inschatten met wie we te maken hebben voor het eerste afspraakje volgt. Mannen met een smal hoofd en kleine kaken zijn dan traag van begrip. Een baard hoort bij stoere en onverschrokken mannen en extreem grote kaken behoren aan charismatische mannen. Hebben mannen een breed en prominent neusbeen dan zijn ze misschien net zo inflexibel als een paard met hetzelfde kenmerk.

Zouden besnorde mannen dan ook zorgzaam en vriendelijk zijn en beschikken mannen met kleine sikjes echt over veel zelfvertrouwen?  

Alleen met die drie-dagen-niet-geschoren gezichten kan ik geen kant op. Volgens de trendvolgers  zijn het zijn het stijliconen maar dat zegt natuurlijk niet veel over hun karakter. Voorlopig ga ik er dus maar vanuit dat de laatste groep gewoon gemakzuchtige mannen zijn.

Gelukkig zijn paarden geen trendvolgers, bij hen groeit er gewoon wat er groeit.

© copyright Connie Bulsink

De volgende column gaat over sportverdwazing in de sportschool:


Afzien.


Ik zucht, ik kreun en voel hoe het zweet in mijn ogen loopt. Moedig fiets ik door. Om mij heen zwoegen nog negen andere vrouwen, allen met hetzelfde doel. Hoewel ik bij sommigen twijfel aan hun motieven gaat het mij maar om één ding: Ik wil gewoon weer in mijn spijkerbroek passen.

‘Goed zo. Ga door, nog een klein stukje.’ Glimlachend staat mijn personal coach, de Noorse Ole,  me aan te moedigen. Stiekem doe ik het ook een beetje voor hem. Met zijn babyzachte gladde huid en bovenarmen als boomstammen, weet hij mijn ego flink op te krikken.

Terwijl mijn lichaam al na tien minuten de eerste tekenen van vermoeidheid begint te vertonen, heerst in mijn geest

totale orde. Morgen ga ik op dieet. Op mijn zolder staan zakken vol met kleding, waar ik straks weer in zal passen. Elk jaar een maatje meer? Voor mij verleden tijd. Driftig trap ik op de pedalen, weg met die rotkilo’s. Dit keer gaat het me lukken.

‘Je doet het perfect, ik ben trots op je. Laten we er nog een schepje bovenop doen.’

De krachtige woorden van Adonis Ole geven me een extra boost en ik geef gas, mijn beenspieren protesteren heftig. Ik ben een Michelin mannetje, maar niet lang meer. Vanaf vandaag wordt alles anders.

Met half dichtgeknepen ogen kijk ik in de immense spiegel die een halve wand beslaat. Na achtenveertig levensjaren en het krijgen van twee kinderen, samen met de invloed van de zwaartekracht heb ik mijn beste tijd wel gehad. Mijn six-pack bestaat uit borsten, vetrol, zwemband.

‘Hou vol, je kunt het.’ Ole is een meester als het op aanmoedigen aankomt. Zijn mooie lijf straalt kracht en vitaliteit uit. Ik voel me moddervet. Verbeten ram ik op de pedalen. Ik wil niet veranderen in een sumoworstelaar, geen obesitas patiënt worden en straks minstens honderd kilo moeten afvallen. Alleen al het idee dat ik met mijn overgebleven vel een tweezitbankje kan overtrekken doet me griezelen.

‘Meisje, je bent vandaag goed op dreef.’ Ole glimlacht, zijn liefdevolle blauwe ogen kijken dwars door me heen.

Mijn adem giert door mijn longen die op barsten staan en mijn benen zijn bezig om langzaam in puddingbroodjes te veranderen. Een vreemd gevoel borrelt naar boven: Wil ik straks eigenlijk wel dat strakke truitje aan? Waarom koop ik al mijn kleding niet gewoon een maat groter?

Ole kijkt vol aversie, hij staat me gewoon uit te lachen.

Verbeten fiets ik door, veeg met één hand het zout uit mijn ogen en zie dat Ole hunkerend naar een groepje vrouwen kijkt dat langsloopt naar de afdeling met gewichten. Met grijze gezichten en ingevallen wangen, jongensbenen en spierballen zo groot als kokosnoten verdwijnen ze chagrijnig kijkend naar de andere zaal.

Wanneer straks alleen nog aan de punten van mijn schoenen te zien is waar de voorkant zich bevindt en iedereen zich afvraagt of ik geen enge ziekte heb, ben ik dan een gelukkiger mens?

Ole is een zeurpiet.

Ik trap stevig door en probeer de noodsignalen die mijn lichaam afgeeft te negeren, hoever wil ik gaan?

De verleidingen zijn te groot. Ik denk aan de zalige geuren bij de warme bakker, een wagentje vol taarten bij de supermarkt en de doos met moorkoppen op mijn werk.

Misschien kan ik me inschrijven voor Expeditie Robinson en me compleet laten uithongeren op een eiland.

Ik trap een stuk rustiger. Spinning is belachelijk. Deze fiets brengt me nergens naar toe. Ole’s hoofd is veel te groot voor zijn lichaam, het is net een rode kers op een puddinkje en waarom staat hij steeds zijn borstspieren aan te spannen? Irritant.

Ben ik eigenlijk wel te dik?

Ik denk aan mijn zoveelste dieet: Pasta met geitenkaas of rijst met citroensap, dat is toch niet te eten? Het zijn samenraapsels van woorden, niet van iets eetbaars.

‘We gaan er nog even tegenaan,’ roept Ole fanatiek.

Ik denk aan de knoop die vanmorgen van mijn broek vloog, misschien moet ik hem gewoon vastnaaien met staaldraad. Al scherend, met zijn buik balancerend op de wastafelrand, zei manlief troostend: ‘Ik vind je prachtig zoals je bent.’ Hij kan het ook niet helpen.

Ik voel mijn benen niet meer en het is maar goed dat ik zit.

Ole schijnt er nog steeds geen genoeg van te krijgen, want hij roept jolig dat we samen nog één berg gaan beklimmen.

Ik ben kapot.

Mijn lotgenoten zijn er zo te zien ook niet best aan toe, de wanhoop straalt van ze af. De zweetspetters vliegen om me heen op de grond waar ze glinsterend op de gladde vloer blijven liggen. Het ruikt naar vieze natte sokken die uit een rubberlaars komen.

Ik denk aan Sinterklaas en kerst met lekkere chocola en oliebollen.

Ole is een opgepimpte Kenpop, de tegenhanger van Barbie. Hij staat me gewoon te treiteren en schept daar genoegen in.

Wat moet ik met een soepdieet, eierdieet, fruitdieet of een brooddieet? Is het zo erg dat ik een beetje te dik ben?

Ik houd op met trappen. Ole kijkt me streng aan. Hij kan me wat. Ik kap ermee.

Murf laat ik me van de fiets afglijden. Rotding. Bijna glijd ik uit over mijn eigen zweet wanneer ik me op wiebelbenen waardig uit de voeten probeer te maken.

‘Jammer dat je opgeeft,’ probeert Ole nog, ‘je doet het zo goed.’ Krachteloos maak ik een gebaar dat op wuiven lijkt, praten gaat voorlopig niet. Ik grijp mijn nieuw gekochte sporttas en sleep me langs alle potjes met vetverbrandende en eetlustremmende pillen richting de uitgang. Ik heb zin in een patatje Joppie en morgen koop ik een andere spijkerbroek.

 © copyright Connie Bulsink


Ouder worden gaat niet altijd zonder slag of stoot: Winnende column van 'Aan Het Woord' in 2010. 


De tand des tijds.

Ik word ouder, ik niet alleen hoor maar iedereen, elke dag. Daar is dus niets bijzonders aan, behalve bij het naderen van de vijftigjarige leeftijd. Dan schijnt een kwart van ons in de midlifecrisis terecht te komen.

De mannen, die onder deze noemer vallen, schijnen nog bepaalde fases in hun leven te hebben overgeslagen. Nog enigszins redelijk van uiterlijk willen ze hun minder wordende libido nog eenmaal opkrikken. Meestal voelen ze zich aangetrokken tot een jongere replica van hun vrouw, zeggen zonder pardon hun gezinsleven vaarwel of kopen ineens een bolide en een jacht.

Vrouwen willen rond deze leeftijd zich liever gaan verdiepen in het leven zelf. Dat is ook logisch want de vrouw verliest, rond haar vijftigste, in bijna een enkel jaar haar vruchtbaarheid, terwijl de man maar tien procent testosteronvermindering per jaar schijnt te kennen.

Bij de man in dit opzicht dus de weg van geleidelijkheid en bij de vrouw is het na een jaar gewoon ineens afgelopen, klaar.

Nou ja, ineens?

Zo geleidelijk gaat het nu ook weer niet heb ik aan den lijve ondervonden.

Sinds kort is bijvoorbeeld mijn thermostaat kapot. Niet dat ding in de woonkamer waaraan gewoon wordt gedraaid, zodat de verwarmingketel aanslaat en het in huis een stuk aangenamer wordt en waarvoor ik iemand kan laten komen indien het proces faalt, maar mijn innerlijke thermostaat.

Bij vrouwen zit geen draaiknop en komt er geen monteur wanneer de innerlijke ketel na jaren lange trouwe dienst op hol slaat, als een auto waarvan bij het afrijden van een steile bergpas ineens blijkt dat de remmen niet werken.

Bij vrouwen is dit dan de overgang en het nuttigen van producten waar soja in verwerkt zit, is de enige remedie tegen de verschijnselen van het proces, dat onomkeerbaar is.

Nou moet ik persoonlijk bij het woord overgang aan het hiernamaals denken, maar zover hoeft het tegen het vijftigste levensjaar nog niet te zijn.

Denk ik alle facetten van het vrouw-zijn netjes te hebben doorlopen, verschijnt, vlak voordat ik helemaal aftakel, het fenomeen overgang. Een soort laatste stuiptrekking, zal ik maar zeggen.

Dat er niet zoveel over gesproken wordt, komt denk ik door het feit dat wij vrouwen na het doorstaan van alle vrouwelijke ongemakken, eindelijk zijn afgehard. 

Gelukkig krijgen alle mannen en vrouwen vroeg of laat met de menopauze te maken en dat scheelt; Gedeelde smart is immers halve smart.

De vergevorderde onder ons weten dat bij vrouwen het bekendste symptoom de opvliegers zijn. Een milde benaming als u het mij vraagt, want mijn lichaam vindt het nodig om meerdere malen per dag te reageren alsof ik met de kleding van een Eskimo aan, de sauna ben binnen gelopen. Ik krijg een kop alsof ik mij ergens diep over sta te schamen en net een standje heb gehad, terwijl uit alle poriën die ik bezit, het zweet rijkelijk begint te vloeien.

En dan bedoel ik niet het zweet dat ik moedwillig sta op te wekken tijdens het sporten, om nog iets van mijn uiterlijk te redden nu de middelbare leeftijdsgrens in zicht is en de zwaartekracht op aarde jaarlijks lijkt toe te nemen.

De opvlieger komt het liefst net tijdens die belangrijke babbel met de baas, want ik heb als hedendaagse vrouw natuurlijk een drukbezet gezinsleven met bijbehorende, veeleisende baan.

Watervallen gutsen via mijn ruggengraat de bilnaad in om zich vervolgens langzaam een weg te banen richting mijn grote onderbroek, die sinds kort zijn intrede heeft gedaan, omdat ik nu eindelijk na jaren toegeef dat dit een stuk comfortabeler zit dan een stringetje.

Als vrouw kan ik mij natuurlijk niet veroorloven om, in het bijzijn van anderen, het kriebelende zweet uit mijn naad weg te vegen.

Dat mannen en speciaal die van middelbare leeftijd zich het naadkrabben wel kunnen veroorloven, staat hier los van. Mannen kennen dan wel geen opvliegers maar schijnen wel vaak enorme jeuk te krijgen wanneer ze met elkaar staan te praten. Ze krabben zich dan achter de oren, zullen we maar zeggen, alleen op een lager niveau. 

Of hebben mannen op middelbare leeftijd misschien nog een push-up boxershort aan en zit die ook niet echt lekker, maar duurt het herkenningsproces wat langer?

Ik kan natuurlijk niet beoordelen of hun strakke tricot boxer ergens in snijdt of scheef zit, maar dat komt mede door mijn ogen, want die missen sinds kort de kracht om alles nog scherp te kunnen zien, maar misschien moet ik daar op mijn leeftijd juist blij mee zijn?

Nee, als werkende vrouw krab ik niet aan mijn kont maar doe mee aan het verplichte teambuildings weekend, waarbij uiteindelijk alleen mijn geduld op de proef wordt gesteld.

U weet wel, zo’n peperduur weekend in één of ander groot landhuis, waarbij de mannen met een schep, zich in wat graafwerk mogen uitleven om zich weer man te leren voelen en waarbij de vrouwen gezamenlijk op blote voeten over de landerijen mogen joggen, om het gevoel met het aardse weer te beleven.

Teambuilding is natuurlijk hard nodig, omdat je als vrouw wel even uit het arbeidsproces moet om een kind te krijgen. Het kind vormt immers de hoeksteen van de samenleving en je kunt dus eigenlijk niet zonder.

Maar ik wil bovenal wel blijven deelnemen aan het échte leven en als huisvrouw kan dit gewoon niet, want stofzuigen, bedden verschonen en het uitpakken van een wasmachine geven helaas geen voldoening meer.

Ik pak liever uit tegen mijn collega’s op het werk. Want zeg nou zelf, thuis kan ik daar mijn gram niet in halen, mijn man is er nooit en mijn kinderen blijken sinds groep zes al zelfstandig te zijn en dulden geen enkele tegenspraak. Wat weet ik trouwens van hen, ik ben notabene opgegroeid zonder computer en TMF, mond houden dus!

Wij vrouwen kunnen tegenwoordig trouwens rustig na de bevalling weer aan het werk, want de kinderen zijn sinds hun tweede levensmaand uitbesteed aan de deskundige medewerker van een peperdure crèche.

Rest mij alleen nog het baren van een kind dat, zeg nou zelf, toch ook niet meer van deze tijd is? Ik heb me zo vaak afgevraagd waarom een dergelijk groot babyhoofd toch door zo’n klein gaatje naar buiten moet. Dat ze daar nu niet eens wat anders voor kunnen uitvinden in deze tijd van vergevorderde technologie?

Ik zou me zo voor kunnen stellen dat we over een aantal jaren een nano-ei leggen. Wel zo handig, want dan kunnen we het als ouders, samen om de beurt uitbroeden. Of zou het in deze tijd van stress meer reden tot echtscheiding geven?

Want de vraag blijft: Wie zijn beurt is het om morgen op het ei zitten?

© copyright Connie Bulsink